Weekendpack

Net een uur met Philip Kotler aan de lijn gehangen. Had de man ooit ontmoet, vrij kort. Hij had het ondertussen horen waaien en moest me per se aan de lijn krijgen, geen idee waar hij m’n nummer vandaan gehaald had. Geen speld tussen dat nerveus geratel van hem te krijgen. Het leek alsof meneer zich in alle hevigheid moest bewijzen tegenover mij. Heel zenuwachtig ook, raar mannetje. Toen ik eindelijk iets over mezelf zou vertellen dacht hij plots aan een meeting, dat soort dingen, fin.

In een tijd waar een verbod op tabaksreclame volstrekt normaal is en de sigaret angstvallig uit de horeca geweerd wordt, zouden de mensen wel eens kunnen vergeten hoe heerlijk roken wel is. De baan op gaan zonder mijn Marlboro Lights, ik mag het niet gedroomd hebben. Mensen die niet roken kunnen zich net zo goed opsluiten in de muurkast en hopen dat het zo snel mogelijk afgelopen is met dat leven. Doseren is de boodschap, geloof me. Doseren, en die kanker komt je zo voorbij gewaaid, niks aan de hand. Maar het is niet altijd even eenvoudig als een volle lading tabak naar je longblaasjes ligt te loeren.

Oplossing? Weekendpacks. Niet de 10-packs van weleer die op hun zogezegde kindvriendelijkheid werden afgestraft. Veertien sigaretten, het gemiddelde verbruik tijdens een weekend, en dan afgelopen. Twee rijen van zeven, that should get the weekend covered. Hou je oren en ogen open, jongens, want je zal geen nightshop meer uitkunnen zonder dat het woord door je onderbewustzijn giert. Weekendpacks, voor lui  die een ontspannen weekend verdiénd hebben, maar er tijdens de week keihard tegenaan willen gaan.

Ik kwam op het idee tijdens een golfpartij met de CEO van een bekende Franse tabaksgigant en zijn entourage. Het zou even niet over zaken gaan, maar bon, wat doe je als een idee in je opkomt waar een rots goud mee te verdienen valt en voor jou staat een halve gare in geruite broek met zijn knietjes te wiegen? Dan begin je er gewoon over, hou nu eens op over die verdomde swing, man. Ik probeer je hier rijk te maken, mag ik?! Toen ik in een paar zinnen het idee naar voor bracht, hoorde ik hem zich luidop afvragen wat hij daar 200km van zijn onderhandelingstafel zat te doen. In een geruite zomerbroek. Op een grasplein waar geen fuck te beleven viel.

In een aanpalende tearoom hebben we de eerste krijtlijnen uitgetekend van het idee en de introductie in de markt ervan. Want hoeveel beken geld het ook naar de pocket zal kanaliseren, zo’n zaken moet je altijd voorzichtig aanpakken. Zeker wanneer er gekken rondlopen van “ik niet roken – jíj niet roken!”. Het zullen de eerste zijn om zo’n weekendpack te scoren, onthou wat ik hier zonet gezegd heb.

februari 20, 2008 at 10:03 pm 20 reacties

En jullie?

Volgens cijfers van het Wereld Voedsel Programma sterven dagelijks 25.000 mensen omdat ze geen eten hebben. Elke vijf seconden sterft een kind van de honger of aanverwante oorzaken. Een kind, mensen.

Ik kan me best voorstellen dat dat in eerste instantie grappig lijkt, maar door deze problematiek in het belachelijke te trekken, helpen we niemand vooruit.

Kijk, nadat ik een joekel van een spaarvarken in de schoot geworpen kreeg in Taipei, ben ik beginnen denken, zeker met de jongste gebeurtenissen in het achterhoofd. Heb ik dat geld eigenlijk wel allemaal nodig? Zou het niet veel nobeler zijn om een deel ervan af te staan aan mensen die het veel harder nodig hebben dan ik? Goed. Dan kan je twee dingen doen. Je geld als de eerste de beste makke idioot afgeven aan een NGO’tje en alles aan het toeval overlaten, ja? Of het goed doen en zelf de handen uit de mouwen steken. Ik koos voor plan B: ik wil dat mijn geld goed wordt besteed en dat er geen bier mee gekocht wordt.

Samen met enkele vrijwilligers uit Frankrijk trek ik binnen enkele weken naar Noord-Kivu. Door de onveiligheid is de voedselbevoorrading er allesbehalve geworden. Het zal jullie wel worst wezen, maar ik ben niet te beroerd om er mijn handen vuil te gaan maken. We hebben het over Bukavu, Goma, Kalemie, Lubumbashi, Kikwit. Matadi, Beni en Gemena misschien. We zien wel.

Wat in godsnaam heeft een marketeer daar verloren? Wel, ik ben niet alleen in Katanga geboren, maar wanneer je voelt dat je iets kan doen voor die mensen en je ligt met je iPod en een gin tonic in je Sunvison te grillen, dan ben je gewoon niet goed bezig. Klaar. 

Wat nemen we mee? Voedsel en kennis. Voedsel  om die mensen in eerste instantie terug op krachten te brengen zodat ze uiteindelijk weer op eigen benen kunnen staan, jagen, bessen plukken, noem maar op. Maar we gaan hen ook duidelijk maken dat zijzelf de oplossing zijn en dat ze er verdomme moet aan werken. Want zoals het daar nu is, kan het niet meer. De Afrikaanse steppen liggen bezaaid met versufte negers die hele dagen in de zon liggen bakken met hun bolle buikjes, terwijl ze de vliegen van zich wegslaan. Schrijnend. En wat doen jullie? Handjes in de heupen en er wat op staan kijken. 

Tweede luik is kennis. We don’t feed, we nourish. We nemen wat van onze kennis mee. Enkele van mijn mensen zullen hen ter plaatse speren leren maken. Voederen doe je met dieren. Wij gaan om te helpen.

Ja, mijn betrokkenheid is misschien wat groter omdat mijn roots in Katanga liggen, maar dit zou niemand koud mogen laten: het zijn tenslotte ménsen. Heb je een hart, poten en kloten en kan je je van maandag 7 tot zondag 27 april vrij maken? Contacteer me dan.

februari 5, 2008 at 7:26 pm 16 reacties

Dagvaarding

Ik zit nu twintig jaar in het vak maar wat een voedingsfabrikant met internationale faam me nu probeert te flikken, dat tart ieders verbeelding.

Als er ingrijpende beslissingen moeten genomen worden en wanneer er tegenstrijdige belangen te verdedigen zijn, dan moet er ruimte voor discussie zijn. Meningen zullen verschillen en de zoektocht naar consensus zal niet altijd over rozen gaan. Wanneer ik een bedrijf voor een valkuil moet waarschuwen, dan ben ik ook niet de gemakkelijkste. En na enkele uren vergaderen kunnen we het allemaal even moeilijk krijgen. Maar als ze aan mijn lijf gaan zitten, dan is het boeken toe, einde samenwerking, afgelopen. En dat konden ze niet hebben, getuige de dagvaarding die ik nu in de brievenbus heb gekregen voor opzettelijke slagen en verwondingen. Alsof ik er dat nog kon bijnemen in de gegeven omstandigheden. We hebben het hier over volwassen mensen met topfuncties. In België. Waar zijn ze mee bézig eigenlijk?!

februari 2, 2008 at 4:32 pm 3 reacties

Oorlog!

Leuk thuiskomen, hoor. In de nacht van dinsdag 29 op woensdag 30 januari werd er ingebroken in mijn loft, gelegen in Gent-Zuid. Inbraakbeveiliging gedeactiveerd, niks geregistreerd – dank u Siemens. Bedankt ook aan alle omwonenden die oogjes en oortjes stevig dicht hebben geknepen terwijl ze mijn godganse boetiek aan het leegpompen waren. Moet je flink voor gezopen hebben om door zo’n ravage heen te slapen. Thanx for nothing.

Een bijzonder laffe misdaad van uitschot dat maar al te goed wist wie de eigenaar was en wat er te rapen viel. De sukkels moesten mijn speelgoed hebben.

Volgende zaken zijn gestolen:

  • Mark Levinson Nº 51 Media Player
  • Mark Levinson Nº 380S Voorversterker, frontpanel heeft een krasje
  • Pak Armani “Classico”, zwart, luxe-uitvoering; 2 stuks
  • Notebook Compal FL90 High resolution
  • Fritz Hansen Space Lounge Chair, blauw, 4 stuks
  • Ledapol Bull Whip, rood (grote sentimentele waarde)
  • Champagne flessen Cristal Rose 2000, 10 of 11 stuks
  • Sony BDP S 500 Blu-ray (begin niet)
  • Toshiba 72MX195 72-inch Cinema Widescreen HDTV

De leuke dingetjes natuurlijk. Maar nu komt het beste: ze hebben die rotzooi volgens de vaststellingen van de politie in mijn Lexus LX08 geladen om vervolgens spoorloos te verdwijnen. 5.7-liter, leren interieurtje, 383 paarden, precies 20 dagen mee gereden. Verdwenen. Komaan zeg.

Wees argwanend wanneer je deze spullen tweedehands te koop aangeboden ziet. Ze zijn van mij. Alle tips zijn welkom en zullen met de nodige discretie behandeld worden.

januari 31, 2008 at 10:32 pm 6 reacties

Return to sender

Net terug van Hoofddorp. Je had ze moeten zien. Bakkertje kreeg het even moeilijk toen hij me zag. Hij wist wat ik bij aankomst al gepland had: de onvoorwaardelijke overwinning van TNT tegen het zevenkoppige monster in Duitsland en het terugbrengen van de vrede in hun bedrijf. Ik zette mijn gsm op semi-automatisch en begon onmiddellijk met een paar telefoontjes naar Duitsland. Onder andere naar die Büttner, even kijken of hij het ook in mijn gezicht durfde zeggen. Ik kreeg een medewerker aan de lijn, gaf m’n naam, werd een paar keer op hold gezet, hoorde precies een deur dichtklappen op de achtergrond en kreeg uiteindelijk te horen dat Büttner onbereikbaar was. Raar. Opeens van de aardbol verdwenen die vent. Entschuldigung hier, Entschuldigung daar, dichtgesmeten. Zeikers!

Dan maar aan mijn onoverwinnelijke abcde-procedure begonnen: adviseren, bellen, corrigeren, dirigeren en evalueren. Geloof me, een straffe noodsituatie die daar een verhaal tegen weet. Nadien alles in me opgenomen, me even teruggetrokken en opnieuw tevoorschijn gekomen met een paar eenvoudige instructies. Schaffels deed braafjes wat hij moest doen en bleek eens te meer een golden boy te zijn in het vak. Ons zegje, mooi strikje errond en bombs away – opgelost.

Grote klanten van TNT oproepen om geen zaken meer met hen te doen door wat lam op de stoep te gaan liggen, inventief kan je’t niet noemen. Even kijken hoever hij daarmee raakt voor hij overwoekerd wordt door advocaten die het stof uit zijn broek komen kloppen. Als hij wil praten, fine! De deuren staan wijd open, de tafel staat klaar. Ik wil zelfs voor verse koffie zorgen als het moet. Maar dan mag onze vriend eerst wel eens van onder z’n bedje komen.

januari 22, 2008 at 7:45 pm 2 reacties

Vodden

Oktober 2007. De gesprekken met TNT over Pay & Deliver in België liepen naar een succesvol einde, en zo ook naar het einde van onze samenwerking. Zodra ze hun infantiele angst achter zich hadden gelaten, toonden ze zich razend enthousiast over het arsenaal aan kennis en inzicht dat ik daar achtergelaten had. Hun marktpositie bereikte alpinistische hoogten en de toekomst leek op een onschatbaar geschenkje dat ze nog niet mochten openmaken. Peter Bakker, de grote klepper bij TNT, vertrouwde me toe dat ik niet enkel het bedrijf gezonder maakte. Sinds hij wist dat Steven Feys rondliep in zijn bedrijf had hij eindelijk een evenwichtige nachtrust teruggevonden. “Ach, hij bedoelt het goed – laat het,” dacht ik. Het belangrijkste was dat ze de touwtjes weer stevig in handen hadden. Ik kon alleen maar hopen dat ze de adviezen, hoe vluchtig ook, neergepend hadden en dat ze er raad mee zouden weten.

Niet dus. Nog geen vier maanden na m’n vertrek zit die Bakker door m’n telefoon te roepen dat het kot daar in brand staat. Ze liggen in Duitsland wat te staken en een zekere Büttner zit hen de schrik op het lijf te jagen. Ziet er naar uit dat er niets anders op zit dan naar Hoofddorp te scheuren om dat syndicalistisch tuig van het TNT-imago te borstelen. Het wordt vuurwerk, dat kan ik je alvast meegeven. Wat denken ze wel.

januari 21, 2008 at 8:04 am 1 reactie

Sony? Piss off!

Als je ooit een voorstel van Sony krijgt, of een vijfde zoals in mijn geval, hou dan zeker het grote bord met ‘not fucking interested’ binnen handbereik.

The West is glooming while the East is booming en dat hebben die Japanners ook wel in de mot. In Europa en vooral Amerika is het zweten geblazen met die tanende economie, terwijl ze in Azië hele akkers bemesten met die yen van ze. Akkoord, als je die Japanners tegen elkaar aan ziet kwetteren dan begin je jezelf af te vragen wie ze nu weer voor de gek aan het houden zijn. Maar neem het gerust van mij aan: ze zijn niet achterlijk en ze weten verdomd goed hoe ze de zaken moeten aanpakken.

Logisch gevolg is dat ze daar nu allemaal rare mailtjes naar mij beginnen te sturen om me aan boord te krijgen. Als ik een mail krijg die al hortend en stotend op gang komt met van die domme taalkwakkels, dan flitst onmiddellijk het beeld van zo’n Japanner met een gruwelijk dikke bril door het hoofd. Zenuwachtig tokkelend op dat buitenaardse toetsenbord en met die korte vingertjes door dat vertaalwoordenboek fietsend zitten ze zonder het te beseffen hun tijd te vergooien.

Neem nu Sony. Sinds weken, wat zeg ik, máánden zit mijn inbox royale voorstellen te incasseren waarmee ze de pieren uit mijn neus proberen te halen. Voor de honderdste keer: nee, ik wens mijn jarenlange onderzoek op het gebied van sensory marketing niet te grabbel te gooien en ik ben beledigd wanneer me gevraagd wordt om er een prijs op te plakken. Nee, ik wens ook niet op het verzoek in te gaan om de planning voor 2009 te analyseren. En mócht ik op regelmatige basis met de Sony Corporation willen gaan samenwerken, denken jullie dan echt dat ik op mijn luie krent zou zitten wachten tot jullie het braafjes aan me zouden komen vragen?

Heeft Sony zichzelf dan niet bewezen, Steven? Tuurlijk wel maar ik heb zo m’n eigen redenen om niet met Sony in zee te gaan. Sony weet waarom, ik weet waarom en jullie hebben er verder niks mee te maken.

Mijn missie bij Toyota zit er op en het ziet er naar uit dat Softbank me nog niet onmiddellijk kan loslaten. Sinds mijn komst praten ze enkel in superlatieven en het zou me niet verbazen dat ik van hun CEO een machtsgeile potentaat gemaakt heb. Het was leerrijk en lucratief maar die Masayoshi Son begint wat op m’n zenuwen te werken. Je kent de clichés over hoe anders die Aziaten zijn in hun manier van zaken doen. Ze kloppen: ze hebben het over vriendschappen, niet over deals. Ze willen de persoon achter de marketeer leren kennen. Realisaties zijn bijkomstig. Stoort me een beetje om mijn tijd te zien wegtikken door dat gemaakt sentimenteel getater. Ik vlieg niet helemaal naar een ander continent om daar speelkameraadjes te gaan maken. En dan begint Sony ook nog eens aan m’n kop te janken.

Je zal begrijpen dat het moeilijk is om nog te ontspannen als iedereen zich om het hoogst op die priority list van me probeert te wurmen. Eens horen wat Prinsier aan het doen is.

januari 17, 2008 at 7:49 pm 4 reacties

Oudere berichten